Categorie: Angst

Wat is een angststoornis?

Mensen met een angststoornis zijn in een kwellende, constante, maar fluctuerende staat van nervositeit die in geen verhouding staat tot hun werkelijke omstandigheden. Angst is een normale reactie op een dreiging of op psychische stress. Iedereen heeft daar wel eens mee te maken. Normale angst heeft zijn grondslag in vrees en heeft een belangrijke overlevingsfunctie.

Als angst langer aanhoudt dan de tijd die nodig is voor aanpassing aan de luxerende omstandigheid of als de angst zo intens is dat het normale functioneren wordt belemmerd zonder dat de eventuele aanleiding dit rechtvaardigt, kan men spreken van een angststoornis.

Normale angst is functioneel in gevaarlijke situaties en leidt tot activatie van het individu en tot fysiologische, gedragsmatige en cognitieve voorbereiding op vluchten of vechten. De fysiologische reacties zijn:

  • verhoogde bloeddruk
  • verhoogde spiertonus
  • versnelde hartslag
  • versnelde ademhaling

Angst wordt beschouwd als zijnde pathologisch als deze door de (ernst
van de) situatie niet wordt gerechtvaardigd. De signaal- en activeringsfunctie van de angst is dan niet meer adaptief aan de situatie.

Angststoornissen komen vaker voor dan andere psychische stoornissen. In de westerse wereld lijdt naar schatting 15 procent van de volwassenen eraan.

Angststoornissen worden echter vaak niet herkend, niet door de mensen die eraan lijden en niet door hulpverleners en verzorgers en worden daarom zelden behandeld.

Wat zijn de symptomen van een angststoornis?

Tot de belangrijkste symptomen van een angststoornis behoren:

  • hartkloppingen
  • droge mond
  • beklemd gevoel
  • nerveuze spanning
  • prikkelbaarheid
  • rusteloosheid
  • verhoogde spierspanning
  • slaapstoornissen
  • concentratiestoornissen

Paniekstoornis en gegeneraliseerde angststoornis hebben meestal een wisselend beloop met remissies en exacerbaties. Het beloop kenmerkt zich door het periodiek
verergeren en weer verbeteren van klachten, vaak in samenhang met stressfactoren.

Het beloop van de obsessieve compulsieve stoornis en specifieke fobie is vaak continu en chronisch. Het beloop van een sociale fobie en een posttraumatische stressstoornis is afhankelijk van de ernst van de klachten en de invloed op het dagelijks functioneren.

Bij ongeveer de helft van de angststoornissen ontwikkelt zich na verloop van enige jaren tevens een depressieve stoornis. Ook is er bij angststoornissen meer kans op
alcohol- en drugsafhankelijkheid, met name bij een sociale fobie.

Hoe worden angststoornissen behandeld?

Psychotherapie

De hoofddoelen bij de behandeling zijn vermindering van de ernst van de psychische verschijnselen, voorkoming van herhaling van symptomatische episoden met de daarmee gepaard gaande achteruitgang in functioneren, en steun bij het functioneren op een zo hoog mogelijk niveau. De belangrijkste behandelingselementen zijn:

  • psychotherapie
  • re-integratie (met begeleiding) in de maatschappij
  • antidepressiva

Het doel van psychotherapie is doorgaans een samenwerking tussen patiënt, familie en arts te bewerkstelligen. Op die manier kan de patiënt zijn ziekte leren begrijpen en er mee leren omgaan. Patiënten moeten ander gedrag leren, door opdrachten
van therapeuten uit te voeren en zo te ervaren dat het anders kan dat ze gewend waren.
Ze kunnen ook leren op andere gedachten te komen. Als ze zich minderwaardig voelen en depressieve gedachten koesteren, moeten de patiënten leren meer zelfrespect te
ontwikkelen. Met psychotherapie zijn er in sommige gevallen minder symptomen, in andere gevallen voorkomt het een terugval.

Medicijnen

Binnen de medicamenteuze behandeling zijn er vooralsnog geen grote verschillen in werkzaamheid gebleken tussen de werkzame antidepressiva en benzodiazepinen. Daarom kan de arts de keuze van het specifieke middel maken in overleg met de patiënt op basis van de ernst van de aandoening, eventueel aanwezig ander ziektebeeld (bijvoorbeeld depressie) en het te verwachten bijwerkingenprofiel.

In het algemeen worden de antidepressiva beschouwd als eerste keus medicijnen bij
angststoornissen. Bij ernstige angstsymptomen zal de arts overwegen gedurende de eerste weken van de behandeling aan een antidepressivum gedurende korte tijd een benzodiazepine toe te voegen. Dit zal hij men name overwegen bij een paniekstoornis als de angst gedurende de eerste behandelweken met een antidepressivum verergert.

 

Benzodiazepinen

Naast de eerstekeusmiddelen zijn er diverse andere middelen die tot dezelfde groep ge­neesmiddelen behoren, namelijk de benzo­diazepinen. Dit zijn alprazolam (Alprazolam, Xanax), bromazepam (Bromazepam, Lexo­tanil), chloordiazepoxide (Chloordiazepoxide). clobazam (Frisium), clorazepinezuur (Clorazepaat, Tranxène), ketazolam (Una­kalm). medazepam (Medazepam), nordaze­pam (Calmday) en prazepam (Reapam). Ze verschillen niet wezenlijk van de eerstekeus­middelen oxazepam, lorazepam en diaze­pam. Ze zijn vaak wel iets duurder.

Helpen de eerstekeusmiddelen onvoldoende, dan is een van deze benzodiazepinen het pro­beren waard.

 

Combinatie van een benzodiazepine en een antidepressivum

Antidepressiva kunnen worden voorgeschre­ven bij paniekstoornissen. Ze werken vaak pas na een paar weken. Is er sprake van een zeer sterke toename van de angst, dan kan de arts ervoor kiezen gedurende de eerste twee weken ook een benzodiazepine voor te schrij­ven. De angstaanval wordt dan onderdrukt totdat het antidepressivum aanslaat.

 

Buspiron

Wanneer de eerstekeusmiddelen onvoldoen­de werken. kan buspiron (Buspiron) een alter­natief zijn. Het werkt niet bij angst waarbij paniek op de voorgrond staat (paniekstoor­nissen; zie onder ‘Specifieke toepassingen’). Wat de vermindering van de angst betreft is het vergelijkbaar met de middelen van eerste keus, maar de bijwerkingen zijn anders. Zo veroorzaakt buspiron geen sufheid of spier­verslapping. Voorts versterkt het de versuf­fende effecten van alcohol niet, zoals wel het geval is bij de eerstekeusmiddelen. Wel kunt u onder andere last krijgen van duizeligheid, hoofdpijn. misselijkheid en tintelingen. Om­dat het enige weken duurt voordat u enig ef fect merkt, is dit middel minder geschikt voor kortdurend gebruik. Een bijkomend na­deel is dat buspiron minder effectief is bij mensen die al met andere middelen voor angststoornissen zijn behandeld. Het is een relatief duur middel.

De toegepaste dosering bij de verschillende angststoornissen is meestal dezelfde als bij depressie, zo nodig wordt deze verhoogd. In het algemeen adviseren specialisten bij voldoende effect de medicatie minstens zes tot twaalf maanden voort te zetten en vervolgens deze gedurende een periode van 1-2 maanden te af te bouwen.

Toont alle 6 resultaten